CORONA-CRISIS (19) – TUSSEN ANGST EN GELOOF

Wij denken dat wij ons lichaam zijn, daarom zijn wij bang voor de dood. Want dan is de dood het einde. Maar dit is slechts een vermoeden, dus ook een soort »geloof« – want er is géén bewijs dat het zo is! Ook het religieuze geloof verwijst naar het »stof-zijn« van het lichaam, maar ook telkens weer naar de ziel en haar leven ná de dood. Maar ook als wij gelovig zijn, gaat het lichaam nog steeds dood. Het »jasje« heeft zijn functie als bekleding van de ziel vervuld; nu trekken wij haar uit en laten haar levenloos achter. Het is alleen ons lichaam dat sterft, de rest van ons mens-zijn gaat door. Desondanks zijn ook gelovige mensen bang voor de dood. Maar hoe kan dat? Hoe kun je nou bang zijn voor een virus of voor de dood als je tegelijkertijd in een leven ná de dood gelooft? Hier klopt iets niet, dit is tegenstrijdig – maar waarom? De dood kan ons alleen bang maken als ons geloof niet toereikend is om ons over deze (natuurlijke!) angst heen te helpen. Dit gebeurt als ons geloof niet tot in de diepte van onze ziel doordringt en dus min of meer oppervlakkig blijft. Ondanks het geloof domineert dan toch de lichamelijkheid, met vervolgens de angst voor de dood. Wij zijn bang en depressief omdat wij het échte contact met God kwijt zijn (Hein Blommestijn).


GOD – IDEE OF ERVARING?

Geleerd hebben wij dat God een barmhartige Vader is die ons in de nood bijstaat. Maar in tijden zoals deze corona-crisis valt het zwaar om in deze goede God te geloven. Als Hij toch God is, waarom doet Hij dan niet waar wij in onze gebeden om vragen? Bestaat deze God misschien niet? Kloppen de oude religieuze verhalen niet of hebben wij deze verhalen misschien verkeerd begrepen? Het irriteert ons mateloos als God niet doet wat Hij toch eigenlijk zou moeten doen. Het resultaat is teleurstelling, soms zelfs bitterheid. Maar als wij nu midden in onze wanhoop toch eens kijken wat met deze God eventueel misloopt, dan komen wij bij onze voorstellingen uit, bij onze ideeën over God. En zie daar: het is ons probleem, niet het Zijne. Want onze ideeën over God zijn niet identiek aan God-zelf. Daarom zijn wij eigenlijk niet zo zeer bang voor de dood, eerder zijn wij bang voor deze mysterieuze Onbekende God. De God die wij in onze dood tegenkomen is géén God meer van het geloven maar van de ervaring. De God van het geloof geeft rust en troost, de God van de (reële!) ervaring kan schrikbarend zijn. Dan wordt de waarheid over ons duidelijk: onze hebberigheid, onze ik-betrokkenheid en onze belachelijke pogingen om goed voor de dag te komen. Want in het stralende Licht van Zijn Aanwezigheid gaat onze façade brokkelen. Wie zijn wij dan, wie zijn wij in Zijn ogen?


GROEIEN – OVER DE ANGST HEEN

Het zou natuurlijk fantastisch zijn als het ons een keer zou lukken om een overledene (zijn ziel!) te zien. Dan hoeven wij niet meer te geloven in een leven ná de dood, dan weten wij zeker dat het er is. Maar dit is niet voor alle mensen weggelegd. Wat wij wel kunnen leren is onze waarneming te verhogen. Te observeren en voelend waar te nemen, steeds fijner. En daarmee een zintuig te ontwikkelen dat in ons allemaal is aangelegd. Een soort »god-sensor« dus. Wij kunnen leren om God in Zijn doen te observeren. God is verborgen en toch openbaar – als wij leren om Hem waar te nemen. Als wij »ziende« worden. Het probleem zijn onze beperkingen, onze blindheid, onze doofheid, ons ongeloof, ons logisch verstand en ons ik. Daarom moeten wij soms ernstig ziek worden of in een diepe crisis terecht komen (nu dus ook als maatschappij) om weer een oog voor de wezenlijke dingen van het leven te ontwikkelen. Om »wijs« te worden. De angst verwijdert ons van God, maar kan tegelijk ook heel nuttig zijn. Als wij voor haar niet terugschrikken, maar haar als »richtsnoer« gebruiken. Elk moment van angst is een »knoop« op het snoer dat ons door de mist van het leven leidt. Bij elke angst-knoop een stap vooruit. En zo – doodsbang – toch stappen te zetten in de richting van God of van de Waarheid. Op weg naar God komen wij dus telkens weer de angst tegemoet, om ze dan achter ons te laten. Totdat uiteindelijk God ons ego opeist en ons van het ik bevrijdt. En er alleen maar nog Licht en Liefde overblijven. Eindelijk zonder angst!


Vaalser Weekblad, 04 Dec. 2020

1 Ansicht

Aktuelle Beiträge

Alle ansehen

CORONA-CRISIS (20) – EN DE EENZAAMHEID

normaal over veel contacten beschikken moeten het nu met minder doen. Nog erger is het voor mensen die al sowieso eenzaam zijn en die nu nergens naar toe kunnen waar zij eventueel een babbeltje kunnen

CORONA-CRISIS (18) – DE VERDEELDHEID

Iedereen heeft gelijk, niet dan? Zoveel mensen, zoveel visies en meningen zijn er. Niets mis mee en voor een democratie zelfs noodzakelijk. Maar als het leven te ingewikkeld wordt, dan weten wij niet

CORONA-CRISIS (17) – OVER MONDKAPJES EN MASKERS

Ten aanzien van de 2e corona-golf laten mensen in gesprekken steeds meer hun diepe bezorgdheid en radeloosheid zien: waar moet dit naartoe? Waar eindigt dit? Vooral ook als het om de mondkapjes gaat.