Kerst voor kerkmuizen

Normaal gesproken was het altijd heel erg rustig bij ons in de kerk. Maar vanavond gebeurden er ongewone dingen. Dingen die ik niet kende. In het begin was het helemaal stil. En donker. Goed zo, want dan voelen wij muizen ons veilig. Achter in de sacristie was een man bezig, de koster. Hij kwam de kerk binnen, keek naar de bloemen en ging toen de dikke kaarsen aansteken. Vanavond was er dus blijkbaar iets te doen..

     Stilletjes kroop ik terug onder het zware gordijn. Ik moest beslist de anderen waarschuwen. Maar het was beter dit zachtjes te doen, want ik wilde niet dat de koster me hoorde. Je weet maar nooit! Als de mensen een mis hadden, moesten wij muizen gewoon wat voorzichtiger zijn! Eenmaal onder de vloer
liep ik zo snel ik maar kon naar de verschillende hollen en nestjes om mijn maatjes te waarschuwen. Nadat ik dit had gedaan rende ik – een beetje buiten adem – naar een van de vele uitgangen, naar het gat onderaan de biechtstoel. Hier kon ik alles goed overzien en hier was gelukkig ook een verwarming. Blijkbaar was er iets bijzonders aan de hand. Sowieso was het de laatste weken onrustiger geweest dan
normaal. Aan het zijaltaar hadden ze een kleine stal opgebouwd met dode beesten en met mooie poppen
(ik zeg je: mensen!). Men had veel dennentakken naar binnen gesleept, die jammer genoeg een scherpe geur verspreidden. De mensen hielden hiervan, hoorde ik vertellen. En deze stal dan? Ik begreep er niets van. Maar gezien mijn leeftijd was dit niet verwonderlijk – ik was nog géén jaar oud! De volgende van
mijn metgezellen die ik tegenkwam wilde ik hierover vragen. Of gewoon mijn moeder, want die was goed vertrouwd met de gebruiken van de mensen. Met de dennentakken deden ze ons geen plezier. Overal in de hoeken lagen de naaldjes en de vloertegels kleefden van hars. En dan deze scherpe geur!

     Langzaam kwamen meer mensen de kerk binnen. Eerst gingen ze kaarsen aansteken en dan gewoon in de banken zitten. Het duurde nog geen kwartiertje en de kerk was voller dan normaal. De mensen schoven aan. Anders dan gewoonlijk waren ze vandaag heel erg onrustig. Fluisterend draaiden ze zich naar elkaar om en naar de mensen die nog steeds door de grote deur binnen kwamen. Menigeen liet de deur met een knal dichtvallen. Onbeschaafd! Het deed pijn aan mijn oren. Dit kunnen muizen niet goed verdragen, want we horen gewoon beter dan de mensen, dus … De mensen waren gespannen, dat kon ik voelen. Ik trok mijn neus een beetje terug om niet gezien te worden. Naast me kwamen twee van mijn maatjes zitten – ik had ze al gemist – en we wisselden elkaar af met kijken. Misschien had ik er wat lang over gedaan? Want opeens kreeg ik een flinke duw in mijn zijde, ik moest de ingang van het gat aan een maatje overlaten.

     Toen ik weer aan de beurt was zag ik dat het ondertussen hartstikke druk was. Links van me, tussen de deur en de biechtstoel in, stonden mensen die geen zitplaats meer konden krijgen. Voor in de banken zaten ze heel dicht op elkaar. Of dit zo leuk was? Ik keek onder de banken door en zag dikke benen in kousen (een vrouw?), met schoenen die te nauw waren. Daarnaast een paar benen (een man?) en voeten die heel onrustig naar voren en naar achteren schoven. Kon hij niet rustig zitten? De viering begon en nu werd het stil. Boven op het oksaal begon het koor te zingen. Dit ontroerde me diep! Eigenlijk was ik altijd onder de indruk als ik zag wat er in de kerk gebeurde. In mijn familie waren allen gelovig, niet
voor niets hadden ze ervoor gekozen om hier in de kerk te gaan wonen. Ook ik voelde iets voor het geloof, maar ik snapte er nog niet alles van. Onder het zingen ging altijd mijn hart open, als ik dit zo mag zeggen. Maar niet iedereen werd gegrepen, sommigen bleven gewoon onrustig. Een stuk verder
weg zag ik jonge mensen die elkaar bij de hand hielden en maar doorgingen elkaar stiekem te strelen. Terwijl hun blik strak naar het altaar gericht was. Nou ja, zouden zij beter zijn dan wij? En dan de priester aan het altaar, wat een prachtig kleed hij toch had! Rustig ging hij door met het feestelijke
ritueel, maar aan de onrust van de mensen was duidelijk te merken dat zij niet goed naar zijn toespraak luisterden.

     Het koor probeerde de hemel te openen en toen ging iedereen door de knieën. Een héél aangrijpend moment. Het misstond de mensen niet om iets van de deemoed te laten zien die alle schepselen en heel de natuur bezielt. Maar of ze die ook echt zo voelden? Een duw in mijn zijde maakte duidelijk dat ik
mijn plaats weer op moest geven. Intussen zag ik ook aan alle andere uitgangen muizen die gespannen naar dit ritueel keken. Gezien hoe stil ze waren had ik de indruk dat ook zij geboeid waren. Ondertussen was de priester met de gouden kelk bezig. Dit hadden de mensen op ons voor! Zoals elke zondag kwam
het moment dat de priester de kelk en een stuk brood omhoog hield en dan een kniebuiging maakte. Maar ik kon er bijna niet naar kijken, want er ging een bijzonder licht van uit: een stralen dat ik in deze intensiteit nooit eerder had gezien! Ook een paar mensen waren blijkbaar door dit stralen gegrepen. Ze
bogen hun hoofd naar beneden, vol van eerbied. Maar niet iedereen! Naast de deur, tegen de muur gedrukt, zag ik twee jongens aan elkaar trekken en duwen. Ze hadden ruzie. Woedend gaf de kleinere een flinke trap op de voet van de grotere jongen. Die zag waarschijnlijk sterretjes, want hij kreunde van de pijn. Hij hield zijn hand voor de mond en keek erg boos. Ondertussen ging aan het altaar de viering
gewoon door. De mensen liepen naar voren om een stukje brood te halen. Met heel ingetogen gezichten, de blik omlaag, de handen gevouwen, zo kwamen ze terug. Graag had ik willen weten waarom ze dit deden en wat ze hierbij beleefden. Maar ik was een muis, ik zou de mensen nooit volledig kunnen
begrijpen. Misschien kon ik dit straks aan mijn moeder vragen? Achter me trokken ze aan mijn staart. Ik moest terug! In mijn nieuwsgierigheid had ik een te groot risico genomen. Op dit moment zei de priester aan het altaar: ´Ik wens iedereen een zalig kerstfeest toe!´ In mij kwam een gevoel van jaloezie
op: de mensen hadden prachtige rituelen en hun feesten waren zo schitterend! Ik maakte het gat vrij voor anderen die nog wilden kijken. Langzaam liep ik terug naar de hol van mijn ouders – intens opgewonden maar tegelijk een beetje treurig. Toen ik de worteltjes aan de ingang van onze hol opzij schoof – ze waren er vooral om de warmte binnen te houden – zag ik opeens dat heel de hol mooi versierd was. Met kleine bladeren, met nootjes en met glanzende rode bessen … mijn moeder had er een feestelijke tent van gemaakt. En in de kleine kuil waaruit we altijd samen aten lagen er meer graankorreltjes dan
normaal. De kuil was overvol.

     “Een zalig kerstfeest!” De stem van mijn moeder klonk uit de voorraadkamer achterin. Met grote ogen keek ik op, dit had ik nooit eerder meegemaakt. Mijn moeder kwam de grote hol binnen – haar vacht glanzend gepoetst! Ze lachte over mijn verbaasd gezicht:
     “Wat dacht jij dan? Dat de God die ze vandaag vieren alleen         een God van mensen is?”
     Opgelucht viel ik mijn moeder om de nek. Het maakte dus           helemaal niet uit of ik mens of muis was!

Vaalser Weekblad, 20 dec. 2019