Liefde - een dialoog zonder woorden

     Water, niets als water! Twee dagen zaten ze hier al vast! Ann-Marieke liep buiten in het vochtige weer rond. Ze was ontevreden met de situatie, maar vooral was ze heel kwaad op haar man. Jan-Beuke zat heel de tijd met anderen te praten
en deed niets om de situatie op te lossen. Twee dagen zaten ze hier nu al vast! Ze pakte haar baby op de andere arm en liep nog een keer over het stukje weg richting de rivier, die maar bleef stijgen en die steeds meer het land overstroomde. Drie
dagen geleden waren ze van de Babaji Ashram teruggekomen. Gelukkig, want ze was al bang dat Jan-Beuke het liefst daar wilde blijven. Het was tot een hevige ruzie gekomen, maar nu waren ze op weg naar huis. Over drie dagen zullen ze het
vliegtuig pakken, maar als het zo verder doorging konden ze het vliegtuig wel vergeten. Het geld werd ook steeds minder en zelf had ze bijna geen melk meer voor haar baby. De laatste dagen was het elke dag minder geworden met de melk,
en de baby huilde bijna constant. Nooit in haar leven was ze zo ongelukkig geweest!
     Jan-Beuke kwam naar buiten, ontspannend lachend en een beetje dromerig. Hij had een joint met de anderen gerookt. Samen gingen ze naar binnen. In het kleine gastenhuis zaten hun taxichauffeur Arjuna, een onvriendelijke Sikh; Abdul, de
eigenaar van het winkeltje hiernaast (die zonder geld geen voedsel voor de baby wilde geven!) en Sita met haar man. Sita liep rond om haar werk te doen, terwijl haar man rustig ging zitten om met de andere mannen verder te praten. Typisch!
Ann-Marieke zag dat Sita een schotel bracht, met overgebleven etensresten van de dag. Ze gaf het eten aan de oude saddu, die achter de tapkast op de grond zat en met zijn mala bezig was.
     „Om namah Shivaij. Om namah Shivaij. Om namah Shivaij. Om namah Shivaij.” Voor hem was het overstromende water blijkbaar geen probleem; een gelegenheid te meer om te bidden.
     „Om namah Shivaij.” Heer, Uw wil geschiede! In de hemel zo op aarde? Uw naam worde geheiligd? De gevoelens van Jan-Beuke schommelden tussen nijd,  eerbied en agressie. Als alles maar zo eenvoudig zou zijn!

     „Hoe vaak gebeurt dit?” Voor de taxichauffeur een belangrijke vraag. Want hij was de eerste keer op weg naar de hoofdstad. 

     „Twee tot drie keer per jaar,” gaf Abdul terug. „Nee, voor ons is dit geen ongelukkige situatie. We zijn eraan gewend.”
     „Voor jullie eerder een geluk dan een ongeluk, toch? Jullie verdienen geld als mensen hier vastzitten, ik verdien er geen enkele rupie aan. Ik heb een vaste prijs en als we hier vastzitten, heb ik alleen maar verlies.” Arjuna lachte een beetje bitter.
     „Sikhs denken alleen maar aan het geld!” Abdul maakte een afwerend gebaar.
     „En jij?” Pravudeva, de gastheer, reageerde cynisch. „Komt het met de
islamitische codes overeen, een jonge vrouw geen voedsel te geven voor een hongerige baby?”
     „Als ik aan ieder van deze Westerse luie stoelen iets voor niets geef, dan zal ik al gauw arm worden. Thuis heb ik kinderen die ook willen eten!” 

     Ann-Marieke verstond bijna niets, ze voelde alleen maar dat het over haar baby ging. De mannen gebruikten het woord bibbie.
     „What's the matter?” Jan-Beuke ging naar de tafel terug om bij de mannen te zitten. Het gesprek wisselde naar het Engels. Arjuna gaf uitleg:
     „Ze hebben het over de typisch Westerse toeristen: geen geld op zak, maar steeds een beetje te veel arrogantie. We hebben genoeg hongerige mondjes hier, maar die
zijn tenminste niet arrogant.” Hij dronk het glas leeg en stond op. „Als ik het niet moest doen om geld te verdienen, zou ik nooit met blanken rondreizen. Ze doen alsof de christenen mensen van hogere waarde zijn, omdat hun
Jezus de Liefde in persoon was. Maar zij? Van liefde geen spoor!”
     Zijn Engels was gebrekkig, maar Jan-Beuke begreep wat hij wilde zeggen. Het kwam met zijn eigen inzicht over de mentaliteit van christenen overeen die hij zelf kende. Daarom was hij naar India gekomen! Maar had hij hier de Liefde gevonden? In de ashram van Babaji had hij veel Westerlingen gezien, allen blijkbaar heel hartelijk. Maar was dat echt? In de onderlinge gesprekken had hij ook verborgen agressie gevoeld, de volgelingen waren jaloers op elkaar en lieten geen gelegenheid voorbij gaan zonder zichzelf in het juiste licht te zetten. En Babaji dan, de avatar, van het volk „de kleine vader” genoemd? Een, nee, zelfs twee keer had hij een blik van Babaji opgevangen: heel intens, vol liefde! Voor één moment voelde hij zich geborgen, opgenomen in warmte. Alles was goed! De eerste keer in zijn leven voelde hij dat hij aangenomen en geliefd was! Maar dan? In een andere situatie was de avatar heel erg boos op bepaalde volgelingen, die hij na een hevige publiekelijke
discussie wegstuurde. Ze moesten de ashram verlaten. Geen spoor van liefde – of wel?

     Jan-Beuke was er moe van. Misschien was het verhaal over de Oneindige Liefde, over de Onvoorwaardelijke Liefde alleen maar een idealistische constructie? En was hij daarvoor zó ver gereisd? Stom, Jan-Beuke!


     Hij keek achter zich om Ann-Marieke te roepen. Verbaasd bleef hij stil. De twee vrouwen zaten in het hoekje, naast de deur. Sita, zelf moeder van drie kleine kinderen, had de baby in de arm liggen en gaf hem de borst. Ann-Marieke zat
ernaast, met een gelukkig gelaat. Wat een mooie vrouwen! Helemaal afgesloten van de buitenwereld zaten ze tevreden naast elkaar. Ze hadden de oplossing gevonden.
In Liefde!

EN TOCH, december 2004, pag. 23-24